Van
1815 tot 1910 vertrokken bijna 150.000 militairen vanuit Harderwijk om plaats
te nemen in het Oost-indische leger. Dit leger moest het Nederlands gezag
in de kolonie Indië handhaven. De militairen werden getraind in het
voormalige Muntgebouw in Harderwijk, dat vanaf 1844 'Koloniaal Werfdepot'
heette.
De recruten werden geworven onder 'gewone', maar ook onder gestrafte militairen, gevangenen, bedelaars en deserteurs uit vreemde legers. Ook meldden buitenlanders zich aan zoals de beroemde Franse dichter Arthur Rimbaud.
Elke nieuwe rekruut kreeg na het tekenen van het contract een flink geldbedrag. Ook werd een pensioen in het vooruitzicht gesteld, dit bij minimaal 12 jaar dienst. Harderwijker winkeliers, hotelhouders, kroegbazen en bordeelhouders beleefden gouden tijden, want de kolonialen gaven tijdens hun verblijf in Harderwijk hun handgeld grotendeels al uit.
Regelmatig ontstonden er vechtpartijen. Harderwijk kreeg een slechte reputatie en raakt internationaal bekend als 'het gootgat van Europa'.
In 1909 komt een einde aan het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk. Bewoners
zien een einde komen aan hun bron van inkomsten. Gelukkig voor hen laat
de nieuwe stroom van vreemdelingen niet lang op zich wachten.