Harderwijk
als universiteitsstad (1648-1812) is een apart hoofdstuk in de geschiedenis
van onze stad aan de Zuiderzee. In de voorgeschiedenis van de universiteit
speelde de Arnhemse predikant Johannes Fontanus (1545-1615) een belangrijke
rol. Als curator van de Harderwijker Latijnse school zette hij zich in om
die onderwijsinstelling tot universiteit te promoveren.
Namen die meestal als eerste in verband met de Gelderse Universiteit worden
genoemd, zijn die van Herman Boerhaave (1668-1738) en Carolus Linnaeus (1707-1778).
Beide beroemde mannen waren echter geen studenten of hoogleraren in Harderwijk,
maar kwamen hier alleen om te promoveren.
Professor Johannes de Gorter (1689-1762), een talentvolle leerling van Boerhaave,
was een van de beste hoogleraren die Harderwijk ooit binnen zijn muren had.
Samen met zijn zoon David trok hij in 1754 naar Rusland om lijfarts te worden
van tsarina Elisabeth.
Caspar Georg Carl Reinwardt (1773-1854) was van 1808-1810 aan de Gelderse
Academie verbonden. Hij was een uitstekende hoogleraar in de natuurlijke
historie en in kruidkunde en scheikunde.
Bijna een derde van de studenten in Harderwijk was afkomstig uit Gelderland. Vanwege de gunstige ligging van Harderwijk kwamen er ook veel studenten uit het Duitse Westfalen. Harderwijk was voor velen aantrekkelijk omdat wonen, studeren en promoveren er aanzienlijk goedkoper waren dan in de Hollandse steden.